Pauline Weseman - Als media verslag doen over de desastreuze gevolgen van ontbossing, gaat het eigenlijk altijd over het klimaat. Dat er door boskap ook gewijde plekken en zelfs religies van inheemse volkeren dreigen te verdwijnen, is even reëel. Maar onderbelicht.
De Molukse Semuel Sahureka maakt zich zorgen. Over de toekomst van het geloof en de identiteit van de Alifuru. De Alifuru zijn de oorspronkelijke bewoners op de eilandenreeks Molukken. Hun identiteit is met hart en ziel verbonden aan hun grond. Maar die grond verliezen zij in hoog tempo aan boskappers.
Toen Sahureka in 2004 afreisde naar Ceram, het hoofdeiland van de Molukken, schrok hij ervan hoeveel oerwoudbos er verdwenen was sinds zijn laatste reis acht jaar geleden. Tijdens een overnachting in het oerwoud hoorde hij anders dan voorheen nog maar nauwelijks dieren.
Volgens Sahureka is al minstens dertig procent van het bos gekapt voor houtproductie of ingericht als woongebied voor tienduizenden transmigranten uit het overbevolkte Java. Met de bomen verdwijnen dieren, planten, geneeskrachtige kruiden, voedsel, maar nog veel belangrijker: vele hectaren grond.
Sahureka richtte een stichting op: Saka Mese Nusa Alifuru (‘Waak krachtig over de leefwereld van de Alifuru’). Met lezingen door het land probeert hij Nederlanders te doordringen van deze bedreiging. „Je kunt de Alifuru hun huis, kleding en zelfs hun wapens afpakken, maar niet hun grond. De identiteit van de Alifuru is gekoppeld aan hun grond. Zonder land bestaan ze niet. Raak je hun grond, dan raak je hun ziel. De grond zien zij als een recht dat ze van de Schepper hebben gekregen. In dat recht ligt de binding als individu, familie, clan en volk. Zij eren hun Schepper door de grond goed te verzorgen.
’’ Het verzorgen van de grond gebeurt door adat, ’een wijze van leven’, nodig om in balans te blijven met Schepper, medemens en leefwereld. Als een dier of plant dreigt uit te sterven, roepen kewangs (boswachters) een adat sassie uit. Dat verbiedt het volk om die plant te plukken of op dat dier te jagen. Pas als de natuur het verlies heeft aangevuld, wordt de sassie opgeheven. „Dat functioneert goed, al eeuwen’’, zegt Sahureka.
Maar het adatsysteem brokkelt af. Inwoners verkopen hun stukjes grond uit economische noodzaak, om hun familie te onderhouden. Voor het geld kopen ze bijvoorbeeld een taxi om de kost mee te verdienen. Sahureka: ,,Omdat de dorpelingen op een enkeling na niet kunnen lezen en schrijven, laat staan geld kunnen tellen, krijgen ze van boskapbedrijven vaak veel te weinig voor hun grond.
Met elk overgenomen lapje grond gaat een stuk van het geloof én van de identiteit van de Alifuru verloren. Hierdoor zie je veel Molukkers enorm worstelen met hun identiteit, zoeken naar hun oorsprong. Ook Molukkers in Nederland, zoals ik. Het is heel vreemd om op zoek naar je wortels, uit te komen bij grond op de Molukken en die vervolgens te zien afkalven.’
’ Grondeigenaars die hun land beschermen, worden soms vermoord door illegale boskappers. Laatst nog. Sahureka laat met afgrijzen foto’s zien van een onthoofde man, wiens naam hij vanwege de familie niet bekend wil maken.
Ook heilige plekken worden bedreigd. De Murkele Besar is een van de heiligste bergen op Ceram. In deze streek, waar ook de allerheiligste berg NunuSaku staat, is de mensheid ontstaan en verspreid, zo geloven de Alifuru. Het Indonesische leger wilde op de Murkele Besar in 2004 een legerbasis bouwen maar dat hebben bewoners van omliggende dorpen, die de berg bewaken, weten te verhinderen.
Sahureka: „Nu is het gevaar afgewend, maar ze zullen opnieuw proberen de gewijde plek aan te tasten. Onder de heilige Nunusaku zijn plannen voor een hotel en ziekenhuis. Zoals de Alifuru zelf zeggen: ’’Wat beginnen wij met onze pijl en boog tegen een leger met automatische geweren?’’
Het verhaal van de Alifuru is niet uniek. De Dick Scherpenzeel Stichting riep de religieuze en menselijke gevolgen van boskap voor de Kipiri, een pygmeeënstam uit de Democratische Republiek Congo, uit tot een van de ’vergeten verhalen’ van 2007. Deze schrijnende verhalen zijn door de media nauwelijks opgepikt.
Voor de Kipiri-stam is het bos een begraafplaats voor de voorouders die worden gezien als middelaars tot hun Schepper. Het oerwoud herbergt ook heilige plekken waar traditionele rituelen en ceremonies worden gehouden. Maar net als bij de Alifuru verkoopt ook de Kipiri-stam grond aan boskappers om te overleven.
Volgens de website OneWorld.nl ging hier vorig jaar voor de rechten op een stuk bos van 200.000 hectare twee zakken zout, twee zakken suiker, een paar kapmessen en twee fietsen over de toonbank.
Zo zijn er meer voorbeelden. In Brazilië wordt op zulke grote schaal gekapt door ongecontroleerde illegale bedrijven, dat de religies van inheemse volkeren worden bedreigd waarvan we het bestaan nog maar net of nog niet eens weten, vertelt ook Cathrien de Pater, onderzoeker Religie, Spiritualiteit en Natuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Bomen en bossen hebben over de hele wereld grote spirituele waarde en sacrale kracht voor mensen, zegt De Pater. „Een boom wordt gezien als centrale verbinding tussen hemel en aarde (axis mundi). Omdat een boom langer leeft dan mensen is hij de bewaarder van historie.
Een boom wordt ook vaak gezien als symbool van een koning of belichaming van geestelijke wezens. Ook als levensader, gever van levenskracht, vruchtbaarheid door de producten die hij geeft – hout, vruchten, schaduw. Bossen worden vaak verbonden met magie en religie omdat oerwouden zo complex en onvoorspelbaar zijn door het weer en door insecten en wilde dieren.
’’Maar we moeten oppassen met clichés over die spirituele waarde, meent De Pater. „Soms leeft er in het Westen een wel heel romantisch beeld van inheemse volken die een prachtige kosmo-visie hebben van bos waar ze zuinig mee omgaan en wat we moeten bewaren, maar inheemse volkeren zijn ook pragmatisch; overleven gaat altijd voor, dus mag er best iets van heilige bomen worden afgeknabbeld voor bijvoorbeeld brandhout.’’ De spirituele waarde is heel erg lastig vast te stellen, vertelt De Pater, omdat je die moeilijk in cijfers kunt uitdrukken en het begrip niet zo helder is. „Daar worstelt men over de hele wereld mee.’’
Relatief onbekend is volgens De Pater dat er al in de koloniale tijd aandacht was voor duurzaam bosbeheer. „De principes van de bosbouwwetenschap komen uit Duitsland. Een Duitse bosbouwwetenschapper werd door de Engelsen naar India gehaald om te berekenen hoe je voorkomt dat je meer kapt dan er bij kan groeien per jaar. Dat beleid was gericht op de economische waarde van bos.”
Inmiddels wordt op grote schaal hout gekapt. Vooral vanaf de jaren zeventig, sinds de groeiende welvaart in het Westen en nu de economische groei in China. Tegelijkertijd kwam de ’sociale bosbouw’ op, die het beheer van bos wilde teruggeven aan lokale gemeenschappen.
Die aandacht voor sociale waarden is versterkt door de komst van de Forest Stewardship Council in 1993 die standaarden en een keurmerk opstelde. Deze FSC streeft naar het waarborgen van ecologische, economische én sociale waarden. Religie heeft daarin nauwelijks een rol. De Pater: „Een onderdeel van de sociale waarden gaat over de positie en rechten van de inheemse bevolking. Dat religie daar een bepalende factor in kan zijn, wordt soms wel erkend maar bijna nooit uitgewerkt.’’
Maar waar we ons echt zorgen om moeten maken, vindt De Pater, is om illegale en ongecontroleerde boskap en zwakke en corrupte overheden zoals in Congo. De Pater: „Zoals er in Siberië en Brazilië wordt gekapt, is soms bij de beesten af. Illegale boskappers trekken zich niets aan van internationale afspraken. En daar is weinig tot niets aan te doen.’’
Bossen die tot heilige plekken zijn benoemd, worden meestal nog ongemoeid gelaten, is de indruk van De Pater. Dat wetende worden daarom soms opzettelijk religieuze plekken gecreëerd om natuur te beschermen. In Ahmedabad in India heeft een handig neergezet shivatempeltje kunnen verhoeden dat een stuk bos met zeer zeldzame slangen werd opgeofferd aan de bouw van een snelweg. Maar, nuanceert De Pater: „Kappen van bossen hoeft niet per se slecht te zijn. Het kan juist goed zijn voor de biodiversiteit: er kunnen nieuwe plantsoorten opkomen.’’
Semuel Sahureka ziet die voordelen niet. „In de westerse wereld praat men over rekenmodellen, cijfers, economisch belang. Als je bomen kapt, plant je toch gewoon nieuwe bomen, denkt westerlingen. Maar zo denken de Alifuru niet. Zij denken in verbanden. Zij weten dat als je die of die boom weghaalt, dat die en die planten en dieren ook zullen verdwijnen. Vrouwen moeten nu al dieper het oerwoud in om aan bepaalde kruiden te kunnen komen, vertelden ze mij.
Vaak wordt vergeten dat door het verdwijnen van de Alifuru-identiteit ook bruikbare kennis over natuur en kruiden verloren kan gaan. Wijsheden waar ook de westerse wereld veel aan kan hebben. Mooi voorbeeld vind ik dat jaren geleden Alifuru-dorpen gratis condooms kregen uitgereikt van de Indonesische regering om aan geboortebeperking te doen. De Alifuru hebben zich rot gelachen, de condooms tot ballonnen opgeblazen en laten knallen. ’Denken ze soms dat wij dom zijn?’, schamperde een Alifuru-vrouw. ’Als ik een half jaar of twee jaar niet zwanger wil worden, weet ik precies welk kruid ik moet hebben.’ Die kennis wordt bedreigd.’’
© Trouw www.trouw.nl